Spiekbriefjes zijn meer dan goed

21 september 2012

Door Petra Messelink, artikel in De Gooi en Eemlander.

* Baarn – “Hij doet zijn huiswerk niet, wat we er ook van zeggen.” “Zij zit uren op haar huiswerk te blokken, maar haar cijfers blijven slecht.” Deze en andere noodkreten hoort Arnold Brouwer als docent op het Roland Holst College in Hilversum en als eigenaar van Studiecentrum Baarn vaak. Om ouders te helpen schreef hij ‘de Huiswerkcoach’, een boek vol studietips en leerstrategieën. Een gesprek via tien stellingen.

Spiekbriefjes1. Pubers willen geen huiswerk maken.

“Geef ze eens ongelijk. Er zijn zoveel leukere dingen om te doen: gamen, internetten. Bij jongeren is de intrinsieke motivatie niet aanwezig. Ik zie wel dat jongeren meer lol in het huiswerk krijgen als een vak goed gaat. Als ouder moet je niet gaan redeneren dat huiswerk maken wel leuk is. Het is niet leuk, maar het kind moet het wel doen. Je kunt als ouder wel handvatten geven om het huiswerk effectiever te maken, zodat het rendement oplevert. Maar je moet geen beloningen op de lange termijn inzetten. Want als het kind dan toch geen goede cijfers haalt, is het extra gefrustreerd.”

2. School is verantwoordelijk voor de leerresultaten van een kind.

“Leraren doen er alles aan om een goed leerklimaat in de klas te scheppen. Maar een kind moet toch het meeste werk thuis doen. School, ouders en kind zijn gezamenlijk verantwoordelijk. Het moet een wisselwerking zijn tussen die drie. Om ouders daarbij te ondersteunen, heb ik mijn boek geschreven.”

3. Tot de kerstvakantie laat ik mijn kind zelf aan de gang gaan, hij moet toch met vallen en opstaan wijzer worden.

“Dat is een gevaarlijke stelling. In die tijd kan een kind veel achterstand oplopen. Als je het op die manier wilt proberen, neem dan een periode van zes weken. Maar ik ben bang dat als je het kind niet meteen coacht, het al verkeerde leermethoden heeft aangeleerd. Als het dan ook nog met slechte cijfers thuiskomt, is het (zelf)vertrouwen al gedaald. Ouders moeten balanceren tussen ‘pressure’ (druk) en ‘support’ (hulp). Hulp moet altijd gegeven worden uit vertrouwen, niet uit wantrouwen.”

4. Social media aan tijdens huiswerk maken/leren is geen probleem.

“Maak- en leerwerk vormen essentiële schakels voor het behalen van goede cijfers. Alles wat afleidt is uit den boze. Bij mij op het huiswerkinstituut moeten smartphones, iPads en laptops in de tas blijven en ze moeten ook nog ‘uit’ staan. Ik houd van die duidelijkheid. En ik merk dat leerlingen het waarderen. Ze vinden het fijn om op een rustige plek te werken.”

5. Als de leraar een powerpoint aan de leerlingen toestuurt, hoeven ze geen aantekeningen tijdens de les te maken.

“Als je geen aantekeningen maakt, krijg je niet voldoende mee. Ik maak regelmatig mee dat ik leerlingen die een powerpoint toegezonden kregen, moet uitleggen wat er met de steekwoorden bedoeld wordt. De leerlingen bleken die woorden niet meer in de context te kunnen plaatsen.”

6. Herhaling is de moeder der wijsheid.

“Herhaling is de basis van goed leren. Inslijpen. De avond voor de repetitie goed gaan leren, is vragen om problemen.”

7. Maakwerk wordt onderschat.

“Absoluut. Je wordt voor je leerwerk met een cijfer beloond. Maar je kunt pas goed leren als je het maakwerk goed gedaan hebt. Het is heel belangrijk dat leerlingen het maakwerk goed nakijken. Als ouder moet je daar zeker naar vragen.”

8. Leerlingen die zich bij het voorbereiden van de toets alleen richten op kennisvragen, kunnen geen voldoende halen.

“Kennis stampen is wel de eerste stap. Je hebt kennis nodig. Formules, jaartallen, definities, die moet je gewoon uit je hoofd kennen. Maar het is wel belangrijk dat je daarna een stap verder kunt gaan. Je moet de leerstof kunnen toepassen. Het is handig als je zelf al de vragen bedenkt, die de leraar zou kunnen stellen. Ik heb in mijn boek de methode ‘vraaganalyse’ uitgelegd, want ik merk dat het voor veel ouders ook een eyeopener is om de leerstof zo te benaderen.”

9. Spiekbriefjes zijn goed.

“Ze zijn top! Bij het maken van een spiekbriefje dwing je jezelf ertoe om de essentie van de leerstof kort en bondig samen te vatten. Omdat je dat ook nog opschrijft, beklijft het veel beter. Maar het is natuurlijk niet de bedoeling dat leerlingen het briefje tijdens de toets gebruiken!”

10. Kinderen die voelen dat er naar hen geluisterd wordt, krijgen meer zelfvertrouwen.

“Ouders moeten oprechte belangstelling voor hun kind tonen. Alleen dan krijg je van het kind de ruimte om je als ouder met het huiswerk te bemoeien. Als de belangstelling van de ouder niet verder gaat dan de schoolresultaten, zal hij weinig of niets bereiken. Als je je kind wilt laten weten wat je van hem wilt zien, moet je benoemen wat je aan hem waardeert. Geef complimenten!”

‘De Huiswerkcoach, help je kind met huiswerk’. Arnold Brouwer. Forte Uitgevers Baarn.

Artikel in De Gooi en Eemlander, vrijdag 21 september 2012.